Kennisoverdracht is een lange weg

Verslag van de neuro-missie november 2018

Het is niet eenvoudig om via e-mail duidelijke informatie uit te wisselen. Zo ondervond de neuro-equipe van Stichting Op Gelijke Voet in november 2018. Tijdens de voorbereiding werd bijna besloten om de reis van onze specialisten naar de havenstad Pointe Noire te annuleren. Er waren van de cursisten vrijwel geen reacties ontvangen op allerhande verzonden berichten sinds de voorjaarsmissie. De tekens van leven die we wel kregen, leken erop te wijzen dat de groep was uiteengevallen. En dat sommige kinésitherapeuten weer op hun oude manier te werk gingen.

Gelukkig is uiteindelijk toch gekozen voor een vervolgperiode in het Centre Caritas. Daar aangekomen bleek de ploeg cursisten nog voldoende geïnteresseerd en gemotiveerd. In hoeverre die motivatie beperkt blijft tot de periode dat de mensen uit Nederland aanwezig zijn, moet blijken.Onze neuro-equipe zal proberen om onder andere via een WhatsApp-groep de contacten warm te houden.

Enige rivaliteit

Uit zo links en rechts gevoerde informatieve gesprekken is naar voren gekomen dat er enige rivaliteit bestaat tussen de voorstanders van de nieuwe Hambisela-methode en degenen die zich liever conformeren aan de bestaande werkwijzen. De ‘nieuwlichters’ worden gedoogd op het centrum en hebben er zelfs een oefenzaal toegewezen gekregen. Alleen is de aan het centrumverbonden consulterende fysiotherapeut, die zichzelf ‘arts’ laat noemen, bijlange na nog niet ‘omgeturnd’. Onze equipe heeft bij de Caritas-directie en de aanwezige ambtenaar van het ministerie van sociale zaken aangedrongen op medewerking ter verandering van deze situatie.

Niet eenvoudig

Vanuit Brazzaville werden door onze equipeleden de laatste maanden veel positieve berichten ontvangen over intercollegiale bijeenkomsten ter bespreking van hoofdstukken uit het Hambisela-handboek. Onze verwachtingenwaren vooralsnog niet al te hoog gespannen, gezien de ervaringen in het voorjaar. In de hoofdstad blijken de goedwillende kinésitherapeuten in de praktijk nogal moeite te ondervinden om de geleerde kennis en vaardigheden toe te passen. Inzicht en dienovereenkomstige medewerking van hun hoofden van dienst laten in twee van de vier centra nogal te wensen over. De ‘hooggeleerde’ trainers uit Nederland kunnen dan wel beweren dat het behandelen van een CP-kind (kind met hersenbeschadiging) ook op een minimale behandeltafel mogelijk moet zijn, in het centrum van de overheid is de ruimte toch benauwend klein. De neuro-equipe kan zich voorstellen dat het niet eenvoudig moet zijn om daar moeder en kind op overtuigende wijze met goede raad en daad ter zijde te staan.

Een gesprek met de gemotiveerde Hambisela-werkers en een viertal beginners leverde een interessante discussie op over de mogelijkheden en onmogelijkheden van de methode. En één van de deelnemers stelde de vraag: “Hoe kunnen we het enorme aantal CP-kinderen voorkomen?” Dus een vraag over preventie! Goed dat ze daarover nadenken. Daar ligt een taak voor de Congolese overheid. Van onze kant moeten we nog eens goed nadenken hoe we preventie effectief onder de aandacht van de verantwoordelijk minister kunnen brengen.